Het klinkt wellicht wat raar, maar wist u dat een van de meest springlevende markten voor de komende decennia de uitvaartsector is? Dat heeft veel te maken met de veranderende bevolkingspiramide die ondertussen letterlijk op haar kop staat. Ook de toenemende aandacht voor gepersonaliseerde ceremonies aan het levenseinde speelt een rol. Of hoe een waardig afscheid de basis voor business met betekenis kan vormen.
Uit alle statistieken van Statbel blijkt dat we met z’n allen gemiddeld langer leven: in België was in 2021 ongeveer 20% van de inwoners minstens 65. De afhankelijkheidsgraad van ouderen – een cijfer dat verwijst naar de verhouding tussen de 65-plussers en de bevolking tussen 15 en 64 jaar – van zijn kant steeg van 26% in 2011 tot 30% in 2021. Dat die vergrijzing verder zal doorzetten, blijkt uit prognoses tot 2070. Die tonen dat het aantal 67-plussers verder zal stijgen tot ongeveer een kwart van de bevolking.
Demografische evolutie ondersteunt uitvaartsector
Deze verschuiving is niet zonder gevolgen voor de demografische dynamiek: hoewel de gemiddelde levensverwachting blijft stijgen, zullen er vanaf 2038 structureel meer overlijdens dan geboortes zijn.
Anderzijds worden overlijdensrituelen vandaag veel minder bepaald door geloof en traditie dan vroeger. De nood aan gepersonaliseerde ceremonies op maat neem dan ook toe: zo zijn duurame eco-uitvaarten in opkomst en slaat ook hier de digitalisering toe (met livestreams van diensten, online rouwregisters, enzovoort).
Omdat aan al die diensten nu eenmaal een kostenplaatje aanhangt, zijn uitvaartverzekeringen steeds beter ingeburgerd en is het ook niet zo vreemd dat sommige mensen rondlopen met een behoorlijk gedetailleerd draaiboek voor de reis naar hun laatste rustplaats.
Beide fenomenen leiden ertoe dat de markt van uitvaartdiensten groeit en diversifieert. Ons land telt vandaag dan ook zo’n 180 begrafenisondernemers en 395 uitvaartcentra, wat een stijging van 6% is sinds 2023.
Netwerken & franchises in de lift
Daarin komt echter stilaan verandering en sinds een dertigtal jaar zitten grotere, soms
internationale structuren in de lift, al dan niet op basis van een franchisemodel.“In veel gevallen willen kinderen het bedrijf van hun ouders niet overnemen, waardoor het werk van een heel leven verloren zou gaan, wat jammer zou zijn”, aldus uitvaartverzekeraar en -verzorger DELA die in 1937 ontstond in Eindhoven en vandaag een 70-taal uitvaartcentra vertegenwoordigt. “Door de onderneming aan ons over te laten kan het familiebedrijf dan blijven voortbestaan.”
Tot een grotere groep behoren heeft nog andere voordelen: een grotere structuur kan de toch wel behoorlijk zware investeringen waarmee de oprichting van een uitvaartcentrum gepaard gaat aanzienlijk verlichten, ondernemers ontzorgen door administratieve taken over te nemen en medewerkers in staat stellen opleidingen te volgen. “Bij DELA maken we deel uit van een coöperatie waar winst een middel is om onze missie te verwezenlijken”, aldus de Nederlandse groep nog. “We willen groeien om uit solidariteit zoveel mogelijk mensen te kunnen ontlasten bij een overlijden en we streven naar duurzame groei om dat ook in de toekomst te kunnen blijven doen.” Winst wordt daarom geherinvesteerd in de organisatie, waar ze worden gebruikt om de dienstverlening te verbeteren.
Om synergiën en schaalvoordelen te creëren hoeft er overigens niet altijd sprake te zijn van overnames. Zo vormen Sereni en Ginkgho Funerals die actief zijn in België een netwerk van onafhankelijke lokale uitvaartondernemers en -planners die elkaar bijstaan op basis van gedeelde waarden. De platformen bieden hun klanten professionele ondersteuning en helpen hun partners met hun administratie, logistiek en kwesties als HR, digitalisering of marketing. Dat werkt kostenbesparend en biedt partners de mogelijkheid expertise te delen, terwijl ze toch hun ondernemersvrijheid en lokale identiteit behouden.
De meeste spelers verwachten dan ook dat de markt de komende jaren verder zal consolideren. “Klanten gaan terecht uit van steeds meer kwaliteit, professionalisme en begeleiding op maat”, besluit DELA. “Om hieraan te kunnen voldoen, zijn blijvende investeringen nodig in mensen, infrastructuur en ondersteuning. Dat vraagt om een zekere schaalgrootte.” Zonder vak- en mensenkennis te verwaarlozen uiteraard, want de doden begeleiden op hun laatste reis en de nabestaanden helpen bij de verwerking van hun verlies, blijft immers een zaak van mensen, met wie en hoe je het ook doet.
Is begrafenisondernemer een wettelijk beschermd beroep?
Neen. Dat betekent echter niet dat iedereen zomaar uitvaarten mag organiseren. Er is een erkennings- en vergunningsplicht om het beroep te mogen uitoefenen (met betrekking tot opleiding, infrastructuur en volksgezondheid, …). De regels en opleidingen om hieraan te voldoen, verschillen in België al naar gelang het Gewest (Vlaanderen, Wallonië en Brussel).
Goed verzekerd
De laatste decennia wordt het almaar gebruikelijker in te tekenen op een uitvaartverzekering. Echt nieuw is die niet: ze ontstond in feite uit de19de-eeuwse solidariteitskassen, met de bedoeling om mensen een waardige begrafenis te garanderen. In de 20ste eeuw groeiden ze uit tot professionele verzekeringsproducten, in de vorm van een uitgekeerd kapitaal of van een geleverde dienst. Resultaat: de verzekering is vandaag in heel wat gevallen nauw verweven met de uitvaartsector zelf.
Uitvaartcentra voor huisdieren zijn een groeimarkt
De behoefte aan tastbare rituelen laat zich ook gevoelen bij mensen met huisdieren, ook al omdat huisdieren vanwege de wetgeving niet altijd thuis mogen worden begraven. Uitvaartcentra en crematoria voor huisdieren zijn dan ook booming business. Mits ze voldoen aan strenge milieu- en hygiënevoorschriften, omvatten hun diensten een zeer uitgebreid pakket mogelijkheden gaande van crematie, begraving en urnen tot soms herdenkingsrituelen of grafstenen voor huisdieren. Opmerkelijk daarbij is het groeiende aanbod van eco-vriendelijke opties zoals biologisch afbreekbare urnen of begrafenis in natuurgebieden. Vaak tellen dit soort centra meerdere vestigingen en opereren ze ook als een mobiele service, al dan niet in samenwerking met dierenartsen.











